Gods geboden en het Nieuwe Verbond

Gods geboden en het Nieuwe Verbond
Sommige christenen zijn van mening dat de wetten van God alles te maken hebben met het Oude Verbond en met het Joodse volk. Onder de principes van het Nieuwe Verbond zou een andere periode zijn aangebroken van ongebondenheid aan allerlei wetten en regels.
Wat betreft de offerwetten, ceremoniën en symbolen die op de komst van Christus wezen, als het volmaakte offerlam Gods, is het volkomen duidelijk dat dit alles zijn vervulling in Christus heeft gevonden. Hij was het ware Offerlam Gods, eens en voor altijd gebracht en op Wie, tijdens het Oude Verbond, alle offerdieren wezen als de komende Verlosser, Die door Zijn lijden en sterven Zijn volk met de Vader heeft verzoend en van hun zonden heeft bevrijd. Maar zijn daarmee alle wetten en voorschriften vervallen die God de mens heeft gegeven?

Onderscheid
Het is goed om op te merken dat de Bijbel onderscheid maakt.tussen Gods wet der Tien Geboden en de gehele wet van Mozes. We lezen: “En Hij maakte u het verbond bekend, dat Hij u gebood te houden, de Tien woorden, en Hij schreef ze op twee stenen tafelen. En mij gebood toen de HERE u inzettingen en verordeningen te leren, opdat gij die zoudt nakomen in het land, waarheen gij trekt om het in bezit te nemen.” Deuteronomium 4:13, 14. God beloofde dat het volk in het land kon blijven wonen “indien zij slechts naarstig doen naar al wat Ik hun geboden heb, en naar de gehele wet, die mijn knecht Mozes hun geboden heeft.“ 2 Koningen 21:8.
God heeft Zelf de Tien woorden van het verbond bekend gemaakt, geboden en op twee stenen tafelen geschreven. En Mozes heeft in opdracht van God het volk inzettingen en verordeningen geleerd te onderhouden. De Bijbel spreekt duidelijk over Gods wet der Tien geboden en van een gehele wet van Mozes. We lezen dat de Tien geboden, de twee tafelen der getuigenis, in de ark moesten worden gelegd, onder het verzoendeksel. Exodus 25:16, 21; 31:18; 34:28, 29. “Hij nam de getuigenis en legde die in de ark…” Exodus 40:20. En het wetboek van Mozes, met allerlei bijkomende inzettingen en verordeningen, werd naast de ark gelegd. Mozes gebood: de Levieten “Neemt dit wetboek en legt het naast de ark…” Deuteronomium 31:26.
De Tien Geboden zijn uniek en nemen een speciale plaats in: “De tafelen waren het werk Gods en het schrift was het schrift Gods, op de tafelen gegrift.” Exodus 32:16.

Wat betreft Gods wet der Tien Geboden; en bijvoorbeeld ook wat betreft de voorschriften die met de gezondheid van de mens te maken hebben, dienen wij ons af te vragen of alle geboden en voorschriften met de komst van Christus, zonder enig onderscheid, zijn vervuld en vervallen, zodat wij, onder de bedeling van het Nieuwe Verbond, van elke regelgeving vrij zouden zijn. Er zijn veel christenen die duidelijk deze mening zijn toegedaan. Maar is het wel juist om alles maar over één kam te scheren door geen onderscheid te maken tussen alles wat God geboden heeft?

Alle wetten en voorschriften verleden tijd?
Toen Christus stierf scheurde het voorhangsel, dat scheiding maakte tussen de beide afdelingen in de tempel, van boven naar beneden. Mattheüs 27:51. Dat was een duidelijke aanwijzing dat de tempeldienst was vervuld en tot een einde was gebracht. Alle wetten, voorschriften en inzettingen die met de aardse tempeldienst verbonden waren en betrekking hadden op het Offer van Christus, behoorden daarmee tot het verleden. Maar hebben de Tien Geboden, de gezondheidswetten en bijvoorbeeld ook de regels voor armenzorg en het voorschrift voor de akkerbouw, dat het land elk zevende jaar rust moet hebben, ook te maken met de tempeldienst? Is dit alles ook komen te vervallen door het verzoenend Offer van Christus en zijn wij daar nu geheel vrij van tijdens de bedeling van het Nieuwe Verbond?
Als we bijvoorbeeld denken aan het voorschrift dat het land elk zevende jaar rust moet hebben, dan is dat beslist een heel nuttig en waardevol voorschrift om uitputting van de grond te voorkomen en tegen te gaan. Met onze intensieve landbouw raken veel landbouwgronden uitgeput, door een tekort aan mineralen, met als gevolg dat de kwaliteit van de landbouwproducten terugloopt. Volgens een rapport van de Verenigde Naties is maar liefst een derde van de grond, geschikt voor landbouw, uitgeput door intensieve landbouw. Het verlies aan voedingswaarde is zorgelijk. info: landbouwgrond dreigt uitgeput te raken

En is het, nu Christus gestorven is, niet meer nodig om goed voor onze gezondheid te zorgen en kunnen wij de regels die God ons over rein en onrein heeft gegeven, wel veronachtzamen? Vrijwel alle mensen houden geen rekening met de regels die God ons voor ons lichamelijk welzijn heeft gegeven. De meeste mensen wijzen het verschil tussen rein en onrein van de hand door te beweren dat het voor de Joden was en dat wij, bij alles wat wij eten, daar geen rekening mee hoeven te houden. Maar hebben de Joden andere lichamen met andere eigenschappen en zijn wij, die geen Joden zijn, supermensen die de kwade invloeden van het eten van onrein voedsel wel kunnen doorstaan?
Kan het ooit waar zijn dat sinds het gebrachte zoenoffer van Christus, al die regels geen waarde meer hebben? Is dat werkelijk wel wat de Bijbel ons leert of heeft de boze, die zich zeer over menselijk lijden verheugt en wetteloosheid liefheeft, zijn invloed laten gelden?

De regels van het Nieuwe Verbond
In Hebreën 8 worden de kenmerken van het Nieuwe Verbond genoemd. We lezen daar heel uitdrukkelijk: “Ik zal Mijn wetten in hun verstand leggen en Ik zal die in hun harten schrijven.” vs. 10. Onder het Nieuwe Verbond blijken er dus duidelijk ook wetten te zijn. En die wetten van God spelen zo’n belangrijke rol dat ze in het verstand worden gelegd en in het hart worden geschreven. Kan het nog duidelijker worden verwoord? Kan dit ooit betekenen dat Gods wetten onder het Nieuwe Verbond voor verouderd kunnen worden verklaard en verdwenen zouden zijn?

Wanneer iets in het verstand wordt gelegd en in het hart wordt geschreven dan kan dat niets anders betekenen dan dat het deel moet uitmaken van ons leven. Wanneer dat niet de bedoeling zou zijn, dan kunnen wij deze uitdrukkingen voor zinloos en misleidend houden.

Wat voor nut heeft het om Gods wetten in het verstand te hebben en geschreven in ons hart als wij niet gehouden zouden zijn om die in ons dagelijks leven toe te passen en in praktijk te brengen? Zoiets ongerijmds kunnen we toch zeker niet verwachten. Neen, het Nieuwe Verbond brengt ontegenzeggelijk met zich mee dat wij ons in ons doen en laten getrouw en gehoorzaam zullen houden aan Gods wetten. Dat is het onmiskenbare doel waarom God heeft beloofd ze in ons verstand te willen leggen en in ons hart te zullen schrijven, als een blijvend en normgevend principe voor onze christelijke levenswandel.

Maar heeft Jezus geen nieuw gebod gegeven? En zou dat nieuwe gebod niet de plaats van de bestaande wetten hebben ingenomen? Wat zei Jezus precies toen Hij het nieuwe gebod gaf? We lezen: “Een nieuw gebod geef ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt.” Johannes 13:34.
Het gebod om elkaar lief te hebben, was op zichzelf niet nieuw. God had vanouds door Mozes geboden: “Gij zult niet wraakzuchtig en haatdragend zijn tegenover de kinderen van uw volk, maar uw naaste liefhebben als uzelf: Ik ben de HERE.” Leviticus 19:18. Het gebod dat Jezus gaf is nieuw doordat Hij er een nieuwe, unieke inhoud aan heeft gegeven. Jezus heeft in Zijn leven op aarde de liefde Gods geopenbaard en geboden voortaan lief te hebben zoals Hij liefheeft; dat gij elkander liefhebt met de liefde Gods, zoals door Christus is geopenbaard; een liefde, die menselijke liefde te boven gaat.
Jezus heeft voor Zijn volgelingen tot de Vader gebeden: “opdat de liefde waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij en Ik in hen.” Johannes 17:26.
Het gebod lief te hebben, werd nieuw door elkander lief te hebben met de liefde Gods. Die Goddelijke liefde moest in de volgelingen van Jezus zijn en in hen worden geopenbaard. Het nieuwe gebod omvat dat Gods kinderen, jegens elkaar, het liefdevolle karakter van Christus dragen en weerspiegelen.

Maar worden door dit nieuwe gebod de andere geboden die God gegeven heeft opgeheven? Jezus verklaarde aan de rijke jongeling, die tot Hem kwam: “…indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden.” Mattheüs 19:17. Toen de jongeling vroeg: welke geboden, citeerde Jezus een aantal van de tien geboden en besloot de opsomming met “…en, gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.” Vers 19. Naast het gebod van elkander liefhebben, moeten dus ook de andere geboden worden onderhouden. Ze zijn dus niet opgeheven.

Gods Woord getuigt: “De wet des HEREN is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des HEREN is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid de onverstandige. De bevelen des HEREN zijn waarachtig, zij verheugen het hart; het gebod des HEREN is louter, het verlicht de ogen. De vreze des HEREN is rein, voor immer bestendig; de verordeningen des HEREN zijn waarheid, altegader rechtvaardig. Kostelijker zijn zij dan goud, ja, dan veel fijn goud; en zoeter dan honig, ja, dan honigzeem ui de raat. Ook laat uw knecht zich daardoor ernstig vermanen; in het houden er van ligt rijke beloning.” Psalm 19:8-12.
Waarlijk, Gods geboden, bevelen en verordeningen zijn en blijven van kracht en in het getrouw gehoorzamen ervan ligt rijke beloning.

Sabbatsrust
Volkomen In harmonie daarmee schrijft de apostel Paulus bijvoorbeeld met betrekking tot de diepgaande betekenis van Gods wet aangaande de sabbat: “Er blijft dus een sabbatsrust voor het volk van God.” Hebr. 4:9.
En zo is ook het sabbatsgebod en de zegenrijke betekenis van de sabbatsrust niet voorbij, verdwenen of afgeschaft, neen, er blijft een sabbatsrust en die rust wordt volkomen werkelijkheid wanneer wij ingegaan zijn in het beloofde, hemelse Kanaän. Daarvan is de wekelijkse sabbatsrust een afschaduwing. We dienen tot rust te komen van onze eigen werken en hoopvol uit te zien naar de rust in Gods Koninkrijk waar wij in volmaaktheid voor eeuwig mogen rusten in God als onze Schepper. Van sabbat tot sabbat zal Gods volk, ja, al wat leeft, opgaan om hun Schepper te aanbidden. Jes. 66:23. De sabbat is dus duidelijk niet alleen voor een bepaalde bevolkingsgroep zoals de Joden, neen, de sabbat is voor al wat leeft. Op sabbat verkondigde de apostel Paulus het Woord Gods aan alle mensen: “En de volgende sabbat kwam bijna de gehele stad bijeen om het woord Gods te horen.” Handelingen 13:44. In de Griekse stad Corinthe bracht Paulus op elke sabbat het woord en hij deed zijn best om Joden en Grieken voor het evangelie te winnen: “En hij hield elke sabbat besprekingen in de synagoge en trachtte Joden en Grieken te overtuigen.” Handelingen 18:4.

Gods geboden gelden voor alle mensen. Prediker 12:13. En dat geldt ook voor het sabbatsgebod. De sabbat is voor “de sterveling,” voor “het mensenkind,” voor de “ontmanden,” voor de “vreemdelingen,” ja, zonder enig onderscheid, voor allen die de Here zoeken, Jes. 56:1-6.

Geen wonder dat Jezus getuigt: “De sabbat is gemaakt om de mens.” Marcus 2:27. En ook verzekert Jezus ons: “Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.” Matt. 5:17. Vervullen wil zeggen: er aan voldoen. Vervullen wil beslist niet zeggen: afschaffen, neen, want, zo lezen we verder: “Want voorwaar, Ik zeg u: Eer hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet…” vers 18.
Het bestaan van hemel en aarde vormen de garantie en het onderpand van het blijvende gezag van Gods wet.

In overeenstemming hiermee zegt Psalm 119:44 “opdat ik uw wet bestendig onderhoude, voor altoos en immer.” En dat is precies Gods bedoeling waarom Zijn wetten in ons verstand worden gelegd en in ons hart geschreven.
Het is de Heilige Geest die ons zal leiden in alle waarheid, terwijl van Gods geboden wordt getuigt: “al uw geboden zijn waarheid. Van oudsher weet ik dat Gij ze voor eeuwig hebt vastgesteld.” Psalm 119:151, 152.
Er zal nooit een moment kunnen komen waarin Gods Heilige Geest ons niet zal leiden in de waarheidswegen van Gods wet. Zijn geboden zijn waarheid en voor eeuwig vastgesteld. Wanneer wij Gods geboden terzijde stellen dan volgen wij niet de weg van God maar onze eigen wetteloze weg.
Laten wij het struikelblok wegnemen van te geloven dat al Gods wetten, door het Offer van Christus, zijn afgeschaft of terzijde gesteld en mogen wij de vrede ervaren die wordt beloofd aan hen die Gods wet beminnen: “Zij, die uw wet beminnen hebben grote vrede, er is voor hen geen struikelblok.” Psalm 119:165.
Liefde tot Christus, onze Verlosser, Die Zijn leven voor ons heeft gegeven, zal zich openbaren in het getrouw gehoorzamen van al Zijn geboden: “Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.” Johannes 14:15.

Nieuw : huisgroep online

In verband met het coronovirus, is het op dit moment niet mogelijk om fysiek samen te komen.

Ook de huisgroepen zijn hierdoor, totdat het weer veilig is om bij elkaar te komen, uitgesteld.

Wij bieden een mogelijkheid om samen een online ‘huisgroep’ te starten, waarbij we de lessen van de cursus ‘Kom tot Leven’ met elkaar kunnen bespreken. Elke week krijgt u een les en aan de hand hiervan kunt u met elkaar praten via Whatsapp of uw vragen/opmerkingen per mail aan ons doorgeven, waarbij wij zoveel mogelijk proberen om hierop te reageren.

Wilt u hieraan meedoen (geheel vrijblijvend) dan kunt u een mail sturen,  via het contactformulier, waarna wij u een telefoonnummer toesturen die toegang geeft tot de whatsapp groep ‘Kom tot Leven’.

Kom tot leven – een ontdekking in de Bijbel

De Bijbel is voor sommigen een leidraad voor hun leven, anderen vinden er mooie verhalen in, maar veel mensen kennen dit boek alleen van de buitenkant, of kennen wel de verhalen die ze in het verleden gehoord hebben, maar lezen er niet of nauwelijks in.

Is de Bijbel nog van deze tijd? Is het een boek met verhalen die alleen voor het verleden van belang waren of kun je er nu nog steeds uit leren?

Veel mensen kunnen met de Bijbel niets beginnen. Zij denken dat het Bijbellezen tot niets leidt. Toegegeven, de waarde van de Bijbel ligt niet bepaald voor het grijpen. Maar wie de moeite neemt zich er werkelijk in te verdiepen, zal daarvan zeker de vruchten plukken. Je zult een bijzondere ervaring opdoen met de auteur van dit boek.

Esda Instituut heeft een oude cursus ‘Kom tot Leven’ opnieuw herschreven voor deze tijd. De cursus is online te volgen via Esda 

U kunt eenvoudig een account aan maken, en de lessen downloaden, evt. kunt u de bijbehoren vragen invullen.

De eerste les van deze cursus is hier te downloaden, zodat u alvast een beeld kunt krijgen van de online lessen.

De Bijbel is HET boek voor de mens van vandaag. Leer in deze cursus van 28 korte lessen hoe de Bijbel je leven kan verrijken.

Kleine horen, groot probleem?

Wat is de betekenis van de ‘kleine horen’  in het boek Daniël?

Voor rooms-katholieke gelovigen is hier geen sprake van een probleem. Tegenwoordig ook niet meer voor de meeste Protestanten. Want voor hen is koning Antiochus IV Epiphanes (175-164 v. Chr.) ‘de kleine horen’ uit Daniël 7.

Protestanten hebben eeuwenlang de kleine horen geïnterpreteerd als het pausdom. Maar dat is nu zo goed als verleden tijd. Vrijwel alle protestantse Bijbelverklaarders zijn tegenwoordig aanhangers van het zogenaamde preterisme. Volgens deze uitleg is nu de Grieks-Hellenistische koning Antiochus IV Epiphanes  de kleine horen.

Een wereld van verschil

Als Antiochus de kleine horen is, hebben we het over een vorst van meer dan 2000 jaar geleden.
Als het pausdom de kleine horen is dan is deze nog steeds onder ons, met alle implicaties van dien.

Wat moeten we hiermee?

Als christenen mogen we zeker geen nieuwe inzichten schuwen. Het is geen optie om ‘koppig’ bij een bekend standpunt te blijven als er inderdaad een nieuwe en betere uitleg voorhanden zou zijn. Máár deze moet wél in overeenstemming zijn met heel de Schrift.

Essay: “Kleine horen – Groot probleem?”

Voor wie bereid is zich in deze uiterst belangrijke materie te verdiepen, is een beknopte studie beschikbaar, getiteld “Kleine horen – Groot probleem?”

Download hier het essay

De Adventkerk en de Oecumene

In sommige gemeentes van de ZDA kerk in Nederland,  ontstaat onenigheid over (intensieve) contacten met de Raad van Kerken.

Het begrip ‘oecumene’ is niet altijd voor iedereen precies hetzelfde.
In dit document staat een korte beschrijving  van wat de Rooms-katholieke Kerk en de Wereldraad van Kerken daaronder verstaan, en hoe ze zich tot de oecumene verhouden.

Ook wordt aandacht besteed aan de visie van de Adventkerk op ‘de oecumenische beweging’ en de vorm van ‘oecumene’ die de Adventkerk voor ogen staat.

Het document bevat alleen feitelijke gegevens uit diverse bronnen.

download hier het document

Als het je tijd is, wat dan …?

Waar ook ter wereld, het leven heeft een begin en een einde. We kunnen de verschijnselen van leven en dood waarnemen, maar beide zijn en blijven in diepste wezen een mysterie.
Uit de Bijbel weten we wél dat ons leven zijn oorsprong vindt bij God. Maar als we sterven, wat dan? Hier volgt een beknopte verkenning van wat de Bijbel over leven en dood te zeggen heeft.

“STOF BEN JE….”
In het scheppingsverhaal lezen we dat God de mens schiep “uit stof, uit aarde” (Gen.2:7). Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Dat God “aarde” bijeen schraapte en aan het boetseren sloeg, met als eindresultaat de mens? Dat zou een zeer naïeve voorstelling van zaken zijn. In de Psalmen lezen we dat God “sprak en het was er, hij gebood en daar stond het” (Ps.33:9). Het boek Hebreeën bevestigt nog eens “dat de wereld door het woord van God geordend is…” (Heb.11:3). Dat God de mens schiep “uit stof, uit aarde” wil dus zeggen dat hij door de kracht van zijn woord de mens vormde uit aardse “stof”, uit aardse materie. De vertalers van de Amplified Bible plaatsten dan ook bij Genesis 2:7 de volgende aantekening: “In levende mensen en dieren vinden we dezelfde essentiële chemische elementen als in de aardbodem. Dit wetenschappelijke feit is bij ons mensen nog niet zo heel lang bekend, maar God laat hier weten hoe het in elkaar zit.” Dat wij gemaakt zijn “uit stof, uit aarde” betekent dus niets meer of minder dan dat wij volledig ‘van deze aarde’ zijn. Bij de schepping van de mens is er geen enkel ‘buitenaards’ bestanddeel aan te pas gekomen.

Een levend wezen
“Toen maakte God, de HEER, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de . Zo werd de mens een levend wezen” (Gen.2:7). Andere vertalingen kiezen hier voor het woord
“ziel” in plaats van “wezen”. Wat eerst ‘nog maar’ een lichaam was, is nu een levend wezen, of een
levende ziel geworden. Let wel, er staat nièt dat God aan dat lichaam een immateriële ‘ziel’ heeft
toegevoegd. Maar natuurlijk is een mens oneindig veel méér dan alleen een lichaam dat door de
levensadem in beweging komt.

Vergelijking
Laten we eens een vergelijking maken met de computer. Dat apparaat kun je beschouwen als een twee eenheid van de betreffende hardware en software. Maar het is nog tot niets in staat zolang de elektrische stroom ontbreekt. Schakelen we die in, dan kan de computer alles doen wat door de ingebouwde software mogelijk is. Wordt de stroom uitgeschakeld, dan vallen alle processen stil en is de computer tot niets meer in staat. Toen God de mens schiep, maakte hij eerst de ‘hardware’ (het lichaam) met de daarin aanwezige ‘software’. Daarna schakelde hij ‘de stroom’ in (Gen.2:7) waarop het bewustzijn ontwaakte en de intellectuele vermogens konden gaan functioneren en allerlei emoties zich konden manifesteren. Maar wat gebeurt er bij de mens wanneer ‘de stroom’ uitvalt?

“TOT STOF KEER JE TERUG”
In de Bijbel lezen we niet alleen over de oorsprong van het leven, maar ook van de dood. Het leven dat
God de mens had geschonken moest in stand worden gehouden door de vrucht van de levensboom.
Behalve van die boom mochten ze ook van alle andere vruchtbomen eten, met één uitzondering. “Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven” (Gen.2:16-17). Toen ze er toch van aten, moesten ze de
consequenties van hun daad dragen. Voor Adam betekende dat: “Zweten zul je voor je brood, totdat je
terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen: stof ben je, tot stof keer je terug” (Gen.3:19). Bij
iedereen die sterft, nemen we dat laatste ook waar: zodra ‘de stroom’ uitvalt, komt elke fysieke en mentale activiteit tot stilstand. Het lichaam vergaat en keert terug tot de bestanddelen waaruit het is opgebouwd.
De dood zou voortaan onvermijdelijk zijn. Dat blijkt ook uit wat God zei nadat het kwaad was geschied: “Nu wil ik voorkomen dat hij ook vruchten van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven. Daarom stuurde hij de mens weg uit de tuin van Eden…” (Gen. 2:22-23). Hieruit blijkt ondubbelzinnig dat het leven voor de mens niet eeuwig is, maar eindig. Desondanks zullen veel mensen misschien toch nog denken: “Maar de ‘ziel’ dan?”

Misleid door “de vader van de leugen”
God had gezegd dat de mens “onherroepelijk sterven” moest, als hij van de verboden vrucht zou eten.
Niettemin liet Eva zich misleiden door de “slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt” (Openb.12:9). We lezen hoe hij zijn bedrog formuleerde: “Jullie zullen helemaal niet sterven,’ zei de slang. ‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als goden zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad” (Gen.3:4-5). Wat zien we hier gebeuren? Satan maakt God tot leugenaar, terwijl hij in feite zelf de bedrieger was, en nog steeds is.
Want met een aangepaste leugen heeft hij door de eeuwen heen de mensen laten geloven dat je bij je
overlijden toch niet écht sterft. Je zou een ‘onsterfelijke ziel’ bezitten die blijft voortbestaan, ook al
vergaat je lichaam. Terecht zei Jezus over Satan: “Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen” (Joh. 8:44). De mens is volgens de Bijbel sterfelijk. God alléén is onsterfelijk (I Tim.6:16). Het idee dat wij een ‘onsterfelijke ziel’ zouden hebben, is dus on-Bijbels en vindt zijn oorsprong bij “de vader van de leugen”.

CONSISTENT BEELD
Dat de mens inderdaad geen ‘ziel’ heeft die bij zijn dood naar de hemel zou gaan, blijkt ook uit wat de
Bijbel zegt over gelovigen die zijn gestorven. Laten we enkele voorbeelden bekijken.

Abel. Nadat Abel door zijn broer Kaïn was vermoord, zei God tegen de dader: “Hoor toch hoe het
bloed van je broer uit de aarde naar mij schreeuwt” (Gen.4:10). Niet Abels ‘ziel’ doet zijn beklag
bij God in de hemel, maar het is zijn bloed dat figuurlijk gesproken uit de aarde tot God roept.
Abraham, Izak en Jakob zijn gestorven terwijl ze reikhalzend uitkeken naar het hemelse vaderland (Hebr.11:16). Zijn hun ‘zielen’ dit hemelse vaderland binnengegaan toen ze stierven? Nee, want zowel deze drie mannen alsook alle andere geloofshelden uit Hebreeën 11 “hebben de belofte niet in vervulling zien gaan omdat God … hen niet zonder ons de volmaaktheid wilde laten bereiken” (vers 39-40). Zij moeten wachten op ons, vóórdat zij samen met ons het hemelse vaderland binnen mogen gaan.
David, de man naar Gods hart, is ook nog niet in de hemel. Op de eerste Pinksterdag spreekt Petrus het volk toe over een tekst die door David geschreven is: “Ja, mijn lichaam zal behouden blijven, want u zult mij niet overleveren aan het dodenrijk en het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan.” Petrus betoogt dat deze woorden niet op David maar op Jezus moeten worden toegepast. Want iedereen weet dat David “gestorven en begraven is; zijn graf bevindt zich immers nog steeds hier.” Ook zegt Petrus heel duidelijk dat David “niet naar de hemel opgestegen” is (Hand.3:26-35). Bij Jezus is dat wel het geval. David moet dus net als alle andere gelovigen wachten op de komst van de Heer. Pas dan zal de hemel ook voor hem opengaan.
Daniël werd in een visioen aangesproken als een door God “geliefde man” (Dan.10:11). In zijn geval
zouden we dus wel mogen verwachten dat aan het einde van zijn leven zijn ‘ziel’ naar de hemel zou gaan. Luister echter wat hem in een later visioen wordt gezegd: “Maar jij, ga het einde tegemoet. Je zult te ruste gaan en aan het einde van de dagen opstaan om je bestemming te bereiken” (Dan.12:13). Dus niet bij zijn dood, maar pas aan “het einde van de dagen” zal Daniël de hemel mogen binnengaan.
Paulus schrijft dat wij niet hoeven te treuren over de gelovigen die gestorven zijn. Waarom niet? Omdat hun ‘zielen’ al in de hemel zijn? Nee, zeker niet. Maar als de Heer terugkomt, dán “zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen worden weggevoerd op de wolken en gaan we de Heer in de lucht tegemoet. Dan zullen we altijd bij hem zijn” (1Thess.4:13-18).
We zien hier hetzelfde beginsel als ín Hebreeën: de gelovigen van alle tijden moeten wachten op de opstanding. Die zal plaatsvinden bij komst van de Heer. Pas dan zullen alle gelovigen bij hem zijn. Geen sprake dus van ‘zielen’ die hen reeds voor zouden zijn gegaan.
Lazarus. In Joh.11:11-14 staat een kort gesprek vermeld tussen Jezus en zijn leerlingen. Lazarus is net overleden en Jezus zegt dan: “Onze vriend Lazarus is ingeslapen, ik ga hem wakker maken.’ De
leerlingen zeiden: ‘Als hij slaapt, zal hij wel beter worden, Heer.’ Zij dachten dat hij het over slapen had, terwijl Jezus bedoelde dat hij gestorven was. Toen zei hij hun ronduit: ‘Lazarus is gestorven…” Jezus spreekt hier dus over de dood als een slaap. Welke woorden van troost richtte hij daarna tot Marta, de zuster van Lazarus? Zei hij: “Wees maar niet verdrietig, want zijn ‘ziel’ is nu toch bij God?” Nee, Jezus wist uiteraard wel beter. In plaats daarvan verwijst hij naar de opstanding. Daarop was blijkbaar ook Marta’s hoop gevestigd: “Ja,” zei Marta, “ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan” (Joh.11:24). Zij weet dan nog niet dat Jezus haar broer nu al uit de doodslaap tot leven gaat wekken. Zegt Jezus dan als hij bij het graf is gekomen: “Lazarus, kom uit de hemel naar beneden”? Nee, want daar is Lazarus niet. Hij is in het graf. Daarom beveelt Jezus hem: “Lazarus, kom naar buiten!” (Joh.11:43). Ook uit dit voorbeeld blijkt opnieuw dat we géén ‘ziel’ hebben die bij de dood naar de hemel gaat.
Zielen aan de voet van het altaar. Toen het vijfde zegel in een visioen uit Openbaring werd verbroken, zag Johannes “aan de voet van het altaar de zielen van al degenen die geslacht waren omdat ze over God hadden gesproken en vanwege hun getuigenis.” Ze riepen luid tot God om wraak om wat hen was aangedaan: “O heilige en betrouwbare Heer, wanneer zult u de mensen die op aarde leven eindelijk straffen en ons bloed op hen wreken?” (Openb.6:9-10). Zijn dit ‘zielen’ in de hemel die om wraak roepen? Nee, want ze bevinden zich aan de voet van het altaar waarop ze geslacht zijn. Dat altaar staat niet in de hemel. We hebben hier te maken met dezelfde beeldspraak als bij Abel. Zoals zijn “bloed” uit de aarde tot God riep omdat hij vermoord was, zo roepen ook deze “zielen” om wraak omdat hun bloed vergoten is. Een “ziel” is in de Bijbel de totale mens, lichaam en geest. Net als alle andere mensen die gestorven zijn, moeten ook deze “zielen” wachten op de opstanding voordat ze de hemel kunnen binnengaan.
Zielen van onthoofden. Het visioen uit Openbaring 20 heeft betrekking op het einde der tijden. Hier ziet Johannes “de zielen van hen die onthoofd waren omdat ze van Jezus hadden getuigd en over God hadden gesproken”. Dit zijn dezelfde “zielen” als die in Openbaring 6: mensen die gedood zijn vanwege hun trouw aan God. Maar nu met dit verschil: hier zijn ze wél in de hemel. Hoe dat kan, lezen we ook in dit gedeelte: “Zij waren tot leven gekomen” bij “de eerste opstanding” (Openb.20:4-5).
Uit al deze voorbeelden blijkt dat de Bijbel een consistent beeld schetst van wat er gebeurt als we sterven. Nergens is er sprake van een ‘ziel’ die naar de hemel zou gaan. Overal geldt de regel: “Stof ben je en tot stof keer je terug.”

GOED NIEUWS
In feite zouden we dus bij ons sterven definitief moeten verdwijnen in ‘het stof’ van de aarde, voorgoed
moeten terugkeren tot de materie waaruit we zijn gemaakt, ware het niet dat God liefde ís en hij ons niet zomaar aan de vergetelheid prijsgeeft. De evangelist Johannes verzekert ons: “Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft” (Joh.3:16). Dát is het goede nieuws: door geloof in Jezus Christus is er tóch nog eeuwig leven mogelijk. Daarover is de Bijbel stellig, maar ook over het feit dat we dit eeuwige leven pas bij de opstanding zullen ontvangen.

OPSTANDING EN IDENTITEIT
We weten uiteraard niet precies hoe het er bij de opstanding zal toegaan. Maar laten we even teruggaan naar de vergelijking met de computer. Alles wat op de harde schijf van de computer was opgeslagen, kan weer worden opgeroepen zodra deze opnieuw wordt opgestart. In computertermen uitgedrukt, kunnen we zegge
Wanneer Christus ons bij de opstanding tot leven roept, zal iedereen er weer zijn, persoonlijk en herkenbaar, net zoals het opgeslagen document weer opnieuw op het computerscherm verschijnt.

Uitzonderingen op de regel
Volledigheidshalve moet hier worden vermeld dat er drie mensen zijn van wie we weten dat zij wél in de hemel zijn. Maar deze drie zijn daar ‘volledig’, en niet slechts hun ‘zielen’. De Bijbel verklaart zelf hoe dat kan. Henoch en Elia zijn niet gestorven, maar met lichaam en al opgenomen (Gen.5:24; 2 Kon 2:11).
Mozes is wel gestorven, maar op een later tijdstip opgewekt uit de dood (Judas 1:9). Deze drie zijn de
spreekwoordelijke ‘uitzonderingen die de regel bevestigen’.

SAMENVATTING
“Als het je tijd is, wat dan…?” Dan is er volgens de Bijbel geen ‘ziel ’die je lichaam verlaat en naar de
hemel gaat. Je sterft als totale mens, maar je identiteit is wel veilig gesteld bij God. Op zijn tijd zal de
opstanding van alle doden plaatvinden.
Iedereen die het evangelie heeft aanvaard, ontvangt dan het
eeuwige leven dat door God is beloofd. Wie hoopt zijn geliefden ooit weer te ontmoeten, mag uitzien naar de opstandingsdag.

Laurens Joosse

Hoe ontdek je een bedrog?

‘‘s werelds grootste misleiding, groot, omdat het de bedoeling is ons eeuwig leven weg te nemen’.

De Bijbel helpt ons die te ontdekken door de geschiedenis te bestuderen aan de hand van het boek Daniël: de wereldrijken, waarvan werd voorspeld hoe lang ze aan de macht zouden blijven en hoe het hiermee zou/zal aflopen en er een nieuw koninkrijk wordt opgericht: Het eeuwige.
Hieruit blijkt dat God alles onder controle heeft.
Jezus komt spoedig om de heerschappij die zo lang geleden verloren is gegaan te herstellen.

Wat gebeurt er als je sterft? powerpoint

Powerpointpresentie “Wat gebeurt er als men sterft?”
Bron: ‘It is written’ van Mark Finley, met toestemming geplaatst

Er zijn zovele onbeantwoorde vragen betreffende de dood. Wat gebeurt er eigenlijk wanneer iemand sterft?
Is het de hemel? Of de hel? Of houdt alles op en blijft er niets over?

Iedereen weet wat er gebeurt met het lichaam, maar waar is de persoon die in dit lichaam leefde?
Wanneer mensen sterven, houden ze dan volledig op met bestaan, of gaat het leven in een andere vorm op een andere plaats verder?

Bekijk hier onder de powerpointvoorstelling (video)

Christenen en de sabbat als rustdag

Voor de meeste christenen is zondag de rustdag. Toch zijn er wereldwijd miljoenen gelovigen die niet de zondag maar de sabbat als rustdag houden. En hun aantal groeit met duizenden per dag. Wat beweegt deze christenen tot die keuze?

Het antwoord op deze vraag heeft alles te maken met de relatie tussen de mens en zijn Schepper. Uit het scheppingsverhaal weten we dat alles wat God gemaakt had “zeer goed” was. Het kroonstuk van zijn schepping was de mens, die hij schiep naar “zijn evenbeeld”. De Bijbel zegt dat “God is liefde”(1 Joh.4:16). Vanzelfsprekend zijn wij niet identiek aan God, maar we lijken op hem. Hij heeft in ons eigenschappen en vermogens gelegd waardoor we een bewuste en gewilde relatie met hem kunnen hebben.

Als beelddragers van God berust onze relatie met hem op wederzijdse liefde. Maar hoe kunnen wij nu onze liefde voor God het beste in de praktijk laten blijken? Als hij het ons niet verteld had, zouden we er alleen maar naar kunnen gissen. Maar gelukkig heeft God ons zijn ‘verlanglijstje’ gegeven. Als we hem oprecht liefhebben, zullen we geen andere goden nalopen. Ook zullen we ons niet in aanbidding neerbuigen voor allerlei beelden. Vanzelfsprekend zullen we ook zijn heilige naam met gepaste eerbied gebruiken. Verder is het zijn wens dat wij elke week zullen stilstaan bij het feit dat hij zijn schepping in zes dagen heeft voltooid en voor ons de zevende dag als rustdag apart heeft gezet: “Houd de sabbat in ere, het is een heilige dag…. die gewijd is aan de Heer uw God; dan mag u niet werken…” (Exodus 20:8-11). Als wij Gods liefde willen beantwoorden, zullen we ons aan deze vier regels houden. Als wij ook liefde aan onze naaste willen betonen, hebben we daarvoor de andere zes geboden als richtlijn. Onze liefde ten opzichte van God wordt dus zichtbaar in het houden van zijn Tien Geboden.

Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament is de relatie tussen God en de mens gefundeerd in de liefde. God is liefde én hij is onveranderlijk (Jak.1:17). Maar de mens is vaak wispelturig. Zo zien we dat de Heer ons van tijd tot tijd weer aan dat fundamentele beginsel moet herinneren. Ten tijde van het Oude Testament was de boodschap van Mozes aan het volk Israël: “Heb daarom de Heer lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten” (Deut.6:5). Ten opzichte van de medemens mochten ze geen haat hebben of wrok koesteren: “Heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de Heer” (Lev.19:18). Ook in het Nieuwe Testament leert onze Heer dat liefde tot God tot uitdrukking komt in het houden van zijn geboden. Hij wijst de Farizeeën erop dat Mozes het “grote en eerste gebod” en “het tweede daaraan gelijk” van God heeft ontvangen (Mat.22:34-40). De apostel Johannes had goed begrepen dat de relatie tussen God en de mens bestaat uit liefde van Gods kant en wederliefde van onze kant: “God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem…. Wij hebben lief, omdat God ons het eerst heeft liefgehad ” (1 Joh.4:16,19). Door de eeuwen heen is de liefde van God voor ons, en onze wederliefde tot hem, de basis geweest van de relatie tussen de Schepper en zijn “evenbeeld”.

In de hemel wordt God geëerd en geprezen voor zijn liefde en scheppingsmacht. In de Openbaring lezen we dat Johannes in geestvervoering werd meegevoerd naar de hemelse troonzaal. Daar hoort en ziet hij hoe de wezens die rondom de troon van God staan hem “lof, eer en dank” brengen voor de verlossing van zondaren door het bloed van het Lam (Openb.5: 8-10). Onder hen bevinden zich de “vierentwintig oudsten”. Zij prijzen God omdat hij alles geschapen heeft: “U komen alle lof, eer en macht toe, Heer, onze God, want u hebt alles geschapen: uw wil is de oorsprong van alles wat er is” (Openb.4:10-11). De eer en aanbidding die God in de hemel ontvangt, komen hem als Schepper ook toe hier op aarde.

God richt een oproep tot zijn schepselen op aarde om zich aan te sluiten bij de lofprijzing van de hemelbewoners. Kort voordat de grote strijd tussen goed en kwaad haar einde nadert, richt God nog éénmaal een oproep tot deze wereld om hem als Schepper te erkennen. Johannes ziet dit in een van zijn visioenen: “Toen zag ik opnieuw een engel, die hoog in de lucht vloog… Luid riep hij: Heb ontzag voor God en geef hem eer… Aanbid hem die hemel en aarde, zee en waterbronnen geschapen heeft” (Openb.14:7). De boodschap van deze engel is een directe verwijzing naar het scheppingsverhaal uit Genesis. Het is tevens een indirecte verwijzing naar het vierde gebod.

Waarom miljoenen christenen de sabbat als rustdag houden? Zij realiseren zich dat onze liefde tot God niet volledig tot zijn recht kan komen als we ons slechts houden aan negen van de tien geboden. Ook het vierde gebod hoort erbij. Ten eerste erkennen zij door het vieren van de sabbat openlijk het gezag van God als Schepper van hemel en aarde. Ten tweede, wie zegt dat hij God liefheeft, moet zich aan zijn geboden houden. Eén van die geboden is het sabbatsgebod. Om deze twee redenen hebben al deze christenen gekozen voor de sabbat als rustdag. In die keuze weten zij zich bevestigd door de oproep van de engel uit Openbaring 14:7. Sabbatvieren is daarom voor miljoenen christenen een teken van hun eerbied voor en liefde tot God, de Schepper van hemel en aarde.

Laurens Joosse, december 2018

Wonderprofeten Elia en Elisa

Deel 1 – De wonderprofeten Elia en Elisa

Elia en Elisa (haal ze niet door elkaar) zijn profeten in het tien stammen rijk van Israël. Zij volgen elkaar op. Geen van beiden hebben een eigen Bijbelboek dat hun naam draagt, daardoor lijkt het dat zij niet belangrijk zijn. Het is pas als wij ze nauwkeurig lezen, dat wij hun belangrijkheid voor zowel hun tijd als de onze zien.
Het oude testament sluit met de profetie dat Elia weer zal komen vóór dat de geduchte dag des Heren komt. Volgens Jezus ging deze profetie in vervulling in het leven en de verkondiging van Johannes de Doper. Als dat zo was voor de eerste komst van de Messias, dan mogen wij ook een soortgelijke profeet verwachten voor Zijn tweede komst, wanneer de geschiedenis van deze wereld wordt afgesloten. Wij moeten dan ook een kerk zoeken, die die boodschap van Elia in onze tijd verkondigt.
Het is daarom belangrijk om het leven en hun wonderen in zowel het licht van de profetieën alsook van het evangelie te bestuderen.

Elia en de droogte van drie en een half jaar

Toe zei de Tisbiet Elia, uit Tisbe in Gileat tot Achab: Zowaar de Here, de God van Israël leeft, in wiens dienst ik sta, er zal deze jaren geen dauw of regen zijn, tenzij dan op mijn woord. 1Kon. 17:1.
De geschiedenis speelt zich af onder de regering van Achab. Hij was getrouwd met de heidense prinses Izebel, die de Baäl en de Astarte dienst in Israël groot maakte. Zowel Baäl als Astarte waren afgoden van de vruchtbaarheids cultus. Men geloofde als men aan deze afgoden offerde dat het gewas op het veld veel zou opbrengen, dat het vee geen misdracht zou hebben en dat de regen op tijd de grond zou bevochtigen. Wat Elia in wezen zegt tegen koning Achab is: de God die ik dien, geeft vruchtbaarheid en regen, en noch Baäl noch Astarte kunnen jullie helpen. Dit hele verhaal staat daarom in het teken van de grote strijd tussen de Schepper en de tegenstander en zijn aanhangers. Het gevolg van zijn uitspraak, is direct geloofsvervolging. Vanaf deze uitspraak, tot het moment dat hij komt om te zeggen dat het weer gaat regenen, verkeert hij in de woestijn.

De beek Krith

In de bijbel zien wij vaak dat als een profeet een impopulaire boodschap bracht, dat hij vervolgd werd of gedood. Ook hier is er direct vervolging, maar God heeft voor hem een plaats bereid in de wildernis en Hij voedt hem daar, tot het water van de beek opdroogt. Zijn voedsel bestaat uit brood en vlees, wat hem door de raven gebracht wordt.
De God die een volk van meer dan een miljoen mensen met manna kan voeden en die water voor hen uit de rots kan laten vloeien, kan Die geen water voor hem vinden in deze woestijn, als de beek droog valt?
Wij zien hier dat God iedere keer opnieuw een andere oplossing geeft voor een probleem, Hij herhaalt niet dezelfde dingen. In ieder van Zijn wonderen ligt ook een onderwijzing voor ons die de bijbel lezen in het licht van het evangelie. Ook zijn die wonderen vaak profetisch en zien zij op de tijd van het einde. Laten wij zo ook naar de ervaring van Elia aan de beek Krith kijken en zien waar dat ons brengt.
Elia staat hier aan het begin van een droogte die twaalf honderd zestig dagen zou duren. Volgens de bijbelprofetie zou er een tijd komen van drie en een half jaar of twee en veertig maanden of twaalf honderd zestig dagen dat het woord van God zeer schaars zou zijn (Openbaring 11). In de profetische tijdrekening staat een dag voor een jaar. Waar de tijd in het type (de tijd van Elia) gerekend wordt in letterlijke dagen, daar verwijst hij profetisch naar de Nieuw Testamentische tijd, waar de ware kerk van Jezus twaalf honderd zestig jaar verdrukt zou worden door de staatskerk van die tijd.
Als wij terug gaan naar de beek Krith, dan zie wij dat aan het begin van de droogte er nog wel wat water is, het water droogt langzaam op. Zo was het ook tijdens de twaalf honderd zestig jaar van de grote vervolging, de kennis van het evangelie verdween geleidelijk uit de kerk. De Waldenzen o.a. waren nog wel deel van de kerk maar leefden geïsoleerd in de bergen van Italië en Frankrijk. Zo ook Elia, hij leeft nog wel in Israël, maar in een verborgen plaats. Hij wordt daar gevoed door God, die hem verzorgt met brood en vlees, wat hem door de raven wordt gebracht. Wat is de geestelijke uitleg daarvan? Het brood is in de profetie, altijd een verwijzing naar het lichaam van Christus (Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald), maar het wordt hier door de raven (onreine dieren) gebracht. Dat weinige van het evangelie wat in de kerk nog gebracht werd, werd gebracht door een priesterklasse die zelf dat evangelie nauwelijks nog kende of geloofde. De uitleg van wat dat vlees nu precies betekent is wat moeilijker. In het Oude Testament met name zien wij dat als er verzoening tussen twee partijen moest worden gedaan, dat er een vredeoffer werd geslacht (Zie ook de verloren zoon). Dit vlees werd niet op een altaar verbrandt, voor God, maar door beide partijen opgegeten. Zo ook hier met de profeet, die hier dient als een beeld van de Christelijke kerk, in de tijd van de grote vervolging. God wil zich altijd verzoenen met de mens, als hij dat maar toestaat.
Hoelang hij daar heeft geleefd weten wij niet, maar er komt een tijd, dat het water opdroogt. God geeft hem op dat moment bevel uit Israël te vertrekken naar het buitenland. Zo is het ook gegaan tijdens de antitypische grote vervolging van de middeleeuwen, toen er geen evangelieverkondiging binnen de kerk meer mogelijk was, scheidden de gelovigen zich af van de vervolgende kerk van Rome.
Wat er met Elia gebeurt in het buitenland, gaan wij in een volgend stukje bekijken, ook dat is boordevol met profetische vergezichten.

Piet Westein.